De slagwerkgroep van Liemers Harmonie Duiven was vroeger een traditioneel tamboerkorps en voerde voornamelijk marsen uit. Men verzorgde samen met het toenmalige fanfarekorps marsoptredens en mochten tijdens concerten enkele korte werken ten gehore brengen. Jarenlang werd onder leiding van tamboermaître Jan Gerritsen in zijn schuurtje tamboers opgeleid volgens een ouderwetse notatiemethode: L stond voor "slag-met-linker-stok", R betekende "slag-met-rechter-stok", en de X hield in dat je beide stokken tegelijk neer liet komen (een zogenaamde "vlamslag). Bij de R met rondje erboven moest je roffelen, waarbij een 5R of 9R de lengte ervan aangaf.

 

Het was altijd een heel sociaal gebeuren. Trommelen deed je op een steigerplank (want Jan werkte in de bouw), en in de pauze kon je buiten in de tuin even schommelen. Wanneer je goed genoeg werd bevonden, mocht je bij het tamboerkorps. In het huidige Cultureel Centrum Onderling Genoegen, wat toen nog de Schutterstent heette, werd al lopend geoefend. De plaatselijke tafeltennisvereniging had er tevens haar onderkomen en in de pauze van de muzieklessen kon je mooi voetballen met de kapotte ping-pong balletjes die er waren achtergebleven.

 

In de zomer werd er gemarcheerd in het Duivense Broek. Niet gehinderd door de huidige stoplichten liepen wij dan onder het viaduct van de A12 door, en sloegen daar uiteraard zo hard mogelijk! Tussen deze mannen liep één ventje met weelderige haardos en die liet regelmatig weten dat wij volgens hem wat te hard marcheerden. Op uitnodiging van Jan Gerritsen mocht hij vooraan gaan lopen en het tempo aangeven.

 

Later zou hij Gerritsen opvolgen als tamboermaître en is dat nog steeds. Zijn naam is Eddy Boss, al jaren het visitekaartje van Liemers Harmonie Duiven. Het jaarlijkse hoogtepunt als tamboermaître(-stok) is het moment tijdens de jaarlijkse Taptoe wanneer Eddy zijn stok hoog de lucht in gooit (en weer op weet te vangen)!

 

De opleiding van de slagwerkers werd voortaan verzorgd door een instructeur. De muziek bestond nog steeds voornamelijk uit tamboermarsen, en daar kwam geleidelijk aan verandering in door de komst van instructeur Hans Saat uit Huissen. Onder zijn leiding werden concertwerken gespeeld en ging het tamboerkorps deelnemen aan festivals en concoursen.

 

Zijn opvolger, Theo Rutten, is actief als slagwerker bij landskampioen St. Caecilia uit Doornenburg. Met zijn enorme dosis kennis transformeert hij het tamboerkorps naar dat van een slagwerkensemble en het publiek weet tijdens concerten niet wat ze hoort. Tijdens concerten pakt de slagwerkgroep enorm uit met een arsenaal van slagwerk- en effectintrumenten en laat een overweldigende indruk achter. Tijdens een Entree-concert over filmmuziek wordt zelfs op potten, pannen en oliedrums geslagen. Het hoogtepunt is de uitvoering van "Oradour-Sur-Glane", een door Theo Rutten zelf gecomponeerd werk. Het nummer is een indruk van hem van het Franse dorpje wat in de tweede wereldoorlog geheel verwoest is en geeft die verwoesting weer. Van een rustige kerkklok, blatende koeien, een bellende fietser, barst het oorlogsgeweld los met o.a. kanonschoten (op bass-drums) en loeiende sirenes. Het muzikale palet van effecten laat net als toen de bevolking, nu het publiek verbijsterd achter, maar nu positief opgewonden.Met Theo Rutten werden ook concoursen bezocht. In de derde divisie werd in Hoogeloon de eerste prijs met onderscheiding behaald, met promotie naar de tweede divisie. Een uitnodiging voor het Topconcours in Barneveld volgde. Daar werd tevens een eerste prijs behaald.

 

Opvolger werd instructeur Wolbert Baars uit Arnhem. Opgegroeid in het Limburgse muzikale land verzorgde hij voor een deel de muzieklessen en gaf les aan de slagwerkgroep. De basis werd breder en de de groep groeide uit naar een volwaardig slagwerkensemble. Wil je de slagwerkgroep in actie zien dan ben je welkom bij een repetitie. Repetitietijd: dinsdag van 19.45 - 21.45 uur.

#LHDswg op Twitter